Aanbrengen van drie dunne gesso lagen. Bij het aanbrengen van de lagen wordt een primer gelijkmatig verdeeld met horizontale, verticale en diagonale streken door middel van een brede zachte kwast.
2.1 Papierafdrukken voor juiste proporties
Deze afdrukken worden gemaakt op A4-copypapier en zijn bedoeld om via carbonpapier met een beperkt aantal lichte lijnen over te zetten op het canvas, Op die manier worden referentielijnen aangebracht om het beeld in een goede proportie weer te geven.
De papierafdrukken worden overgezet op het canvas door middel van carbonpapier. De belangrijkste lijnen worden overgenomen door ze met een balpen te overgaan op de papierafdrukken, waabij een carbonafdruk gemaakt wordt op het canvas. Vervolgens worden de lijnen op het canvas verder uitgewerkt als een potloodtekening met een zeer zacht tekenpotlood 5B met brede punt.
2.2 Kleurbepalingen
Per plaats waar huidskleur voorkomt worden minstens drie referentiekleuren genomen. Dit gebeurt op een foto waar een lichte blurlaag aan toegevoegd werd om kleine verschillen tussen pixels te herleiden tot een gemiddelde kleur.
Van elk van de drie referentiekleuren wordt een depot gemaakt, door verf te mengen volgens de verhouding die teruggvonden wordt via color2oilpaint.com of een soortgelijke toepassing.
2.3 Contrastbeeld in zwart-wit
Er wordt ook een zwart-wit versie van de foto gemaakt om daar de grijspercentages op te kunnen sampelen.
Na het aanmaken van de depots voor de hoofdkleuren wordt het canvas voor de eerste keer volledig opgevuld met een lichte kleurlaag waarin een heldere variant van de hoofdkleuren gebruikt wordt. Dit gebeurt door met enkele carbonlijnen de grote vlakken in het portret weer te geven en die eerste indeling in vlakken een lichte globale basiskleur te geven die qua contrast een eerste onderscheid tussen helder en donker maakt.
Die kleurlaag is redelijk transparant, waardoor de witte kleur van de gesso nog goed zichtbaar blijft. De bedoeling ervan is deels om van het wit over te gaan naar de grondtoon in het kleurenpallet. Tevens reduceert de imprimaturalaag de zuigkracht van de canvas onder de gessolaag. We werken steeds van helder naar donker, dus wat een diepe schaduw moet worden is voorlopig nog maar een lichte transparante laag op het gesso. Het contrast dat in het portret zichtbaar moet worden, geven we in de imprimatura weer als een gradatie tussen helder en iets minder helder.
Na het drogen van de imprimatura worden opnieuw carbonlijnen gebruikt om een eerste ruwe schets te maken van het portret. Op een volledig gedroogde imprimaturalaag kan door middel van een zacht potlood een indicatie van de belanhrijkste schaduwvlakken aangebracht worden. Zo’n potloodtekening wordt abbozzo genoemd, maar er kan ook een ruwe schets in verf met de basiskleur gemaakt worden. In dit geval spreekt men eerder van designo. Sommige Italiaanse meesters gebruikten met opzet een lichtgroene kleur voor deze schets. Dit werd verdaccio genoemd.
Eens de ruwe schets met de eventuele schaduwvlakken aangebracht is zien we duidelijk waar de zogenaamde sfumatozones komen. Deze worden als eerste uitgewerkt omdat we altijd van licht naar donker werken.
De laatste stap in het portert is het uitwerken van de details, zoals ogen en dergelijke. Dit wordt vaak ritocci genoemd, wat letterlijk retoucheren betekent en eigenlijk een term is die gebruikt werd door schilders die fresco’s maakten. De details uitwerken kon men pas nadat de fresco voldoende gedroogd was, vandaar dat men dit eigenlijk als een soort retoucheren zag.